GERDA KRUIMERABOUT

 

Solo tentoonstelling BETEKENEN van Gerda Kruimer In Expo van Koel310, Alkmaar

Introductie door Frans Horbach

Een poosje geleden vroeg Gerda Kruimer mij of ik deze expositie met een selectie van haar werk zou willen inleiden. Ik voelde me vereerd door het vertrouwen dat zij in mij stelde, maar door omstandigheden kon ik helaas deze uitnodiging niet accepteren. Toch heb ik gemeend mijn gedachten over haar werk op papier te stellen, zodat iemand anders die wellicht zou kunnen voorlezen bij de opening.
Ik zal het kort houden.

Ongeveer tien jaar geleden ontmoette ik Gerda Kruimer in haar atelier in Amsterdam en ik herinner me dat ik onmiddelijk werd getroffen door de verrassende perspectieven en de bijzondere gelaagde transparantie in de kunstwerken die ik toen in haar atelier zag. In de jaren daarna heb ik op verschillende momenten de ontwikkeling in haar werk kunnen zien en wat ik zag bleef mij intrigeren. Nu realiseer ik me heel goed dat het een bijna onmogelijke taak is om de intrinsieke kwaliteit van haar werk in woorden te vangen, en ik hoop daarom dat u mijn povere poging om haar werk met taal te belichten kunt relativeren en dat het u niet zal afleiden.

De esthetische verkenningen van Gerda Kruimer zijn ruimtelijk van aard, maar tegelijk ook meditatief, want de beeldtaal die zij hanteert is in wezen ook een vorm van introspectie. Structuur, ruimte, perceptie, inzicht, de wisselwerking tussen binnen- en buitenruimte, dat zijn gegevens die kenmerkend zijn in haar werk. Het zijn elementen die een ruimtelijk bewustzijn reflecteren, geen strak Euclidisch systeem van coördinaten en perspectieflijnen, maar die samen een dynamiek hebben die de kijker verrast en fascineert. In een van de oudste Boedhistische geschriften, de Hart Sutra, staat een opmerkelijke uitspraak over de relatie tussen vorm en ruimte. Eenvoudig gezegd staat er dat vorm niet anders is dan leegte, geen substantie heeft, en leegte niet anders dan vorm. De betekenis hiervan laat zich niet gemakkelijk raden, maar in relatie tot het werk van Gerda Kruimer waag ik me toch een vermoeden uit te spreken, namelijk deze, dat ruimte door vorm wordt gestructureerd en bepaald, en dat zonder vorm ruimte een mysterie is.

Gerda Kruimer verbindt in haar werk het zichtbare met het onzichtbare, beeld met verbeelding. In haar tekeningen lijkt de matrix van lijnen uit het niets te voorschijn te komen, zich te herhalen en dan weer te verdwijnen – wat we zien lijkt een tijdsopname, een moment, een toeval of mogelijkheid van waarneming. Buiten beeld, maar aansluitend, strekt zich een oneindig universum uit, en de vraag is niet zo zeer wát je ziet, maar dát je ziet. Geen onderwerp, geen betekenis, herkenning of metafoor – niets van dit alles om enig houvast te bieden, en dan toch die mysterieuze fascinatie, dat onweerstaanbaar gevoel van verbondenheid dat zich weerspiegelt in een innerlijke omkering die de waarneming zelf in focus brengt.

Ik zou de kunstenaar ernstig tekort doen indien ik haar werk uitsluitend zou reduceren tot een onderwerp van meditatie, van filosofische reflectie – hoewel er voldoende aanleiding voor is – maar ik kijk ook met bewondering, ik zie haar kunstenaarschap, het creatief proces dat geest, hand en potlood stuurt, de stille concentratie, een subtiel structurerend lijnenspel die binnen onzichtbare contouren de ruimte niet suggereert maar manifesteert.

Ik wil hier eindigen met een uitspraak van Paul Klee:
“Kunst is geen weergave van wat zichtbaar is, maar maakt zichtbaar”

Ik wens Gerda veel succes met deze expositie en de aandacht die zij zeer terecht verdient.
Dank.