GERDA KRUIMER ARTIST STATEMENT


NL

In mijn laatste jaar van de Kunstacademie deed ik mee aan een prijsvraag voor een opdracht. De locatie was een sloot van 9 bij 90 meter. Op de foto’s die ik van de locatie had gemaakt trok ik lijnen over het water tussen de aanwezige elementen rondom de sloot. Er ontstond een lijnenspel dat op de foto’s door de reflectie op het water werd doorbroken. Het resulteerde in een ontwerp voor een beeld van 7 x 70 meter.

Sindsdien zet ik lijnen op papier. Het liefst met houtskool, grafiet-potlood of pen en inkt.

De reizen die ik maak zijn inspiratiebronnen.

”Niet-hiërarchische ruimte" mijn eerste serie tekeningen ontstond na een bezoek aan de Mesquita in Cordoba in Spanje.
De verbeelding van de oneindigheid door de horizontale architectuur.

Een reis door Zuid Amerika, waar veel kleine steden gebouwd zijn in blokpatroon uit strategische overwegingen, vertaalde ik in ”vogelvlucht perspectief”.
Met het toepassen van axonometrie kon ik verschillen in waarde uitbannen.
Deze tekeningen zijn grenzeloos, onbeperkt, in de vorm van het vierkant neergezet.

De lijnen worden rasters in de ”basis tekeningen”. De verschillende rasters plaats ik in lagen over elkaar.
Deze rasters zijn niet precies uitgemeten zoals in een rekenschrift, het zijn geen vaste patronen, alles buiten de rand van de tekening is onbekend.

In de serie "Singulariteiten" hef ik het overzicht op, maar probeer ik het 'niet-hiërarchische' te behouden.
Een singulariteit is in het algemeen een ongewoonheid, iets waar de normale regels of wetten niet meer geldig zijn of niet meer toegepast kunnen worden.

In ”Simulacra” zijn de lijnen slechts merkbaar aanwezig.
Aanleiding zijn de maar enkele seconden waarneembare beelden binnen de constellatie van lichtreclames op Times Square in New York en binnen het weidse landschap van Utah gecreëerd door zon, wolken en wind.

Ik maak tekeningen als autonoom kunstwerk.

Tekenen is voor mij een vorm van visueel denken waarbij de intrinsieke waarde het eindpunt is voor ieder werk.

Mijn fascinatie zijn de ontelbare lijnen die onbesproken, ongezien verbanden leggen in het ruimtelijke geheel.

Als antwoord op de gecreëerde wereld om mij heen, bepaal ik mijn plaats telkens opnieuw in mijn werken,
zo ik besta!

 

GERDA KRUIMER ARTIST STATEMENT

EN

In my last year at the Art Academy, I participated in a competition for an assignment. The location was a water-filled ditch of 9 by 90 meters. On the photographs I made of the location, I drew lines on the water between the elements surrounding the ditch. It generated a play of lines on the photos that was broken by the reflection depicted on the water. It resulted in a design for a sculpture of 7 x 70 meters.

Since then I put lines on paper. Preferably with charcoal, graphite pencil or pen and ink.

My drawings originate partly as a result of the travels I make.

After a visit to the Mesquita in Cordoba, Spain I created the series, "'non-hierarchical' space".
This series represents a visualization of infinity through the horizontal architecture of the Mesquita. 



During a journey through South America, I observed that many small towns are built in block pattern for strategic considerations. I translated this observation into a 'bird's-eye perspective' in my work.
By using axonometry, I could neutralize differences in values.
These drawings are boundless, unlimited and placed in the form of the square.

The lines become grids. In the "basic drawings" I place the different grids in superimposed layers.
These grids are not measured out exactly as in a calculation script, they are not fixed patterns; everything beyond the edge of the drawing is unknown.

In the series, "Singularities" I abolish the overview but I try to keep the 'non-hierarchical'.

A singularity is, in general, a strangeness: something where the normal rules or laws are no longer valid or no longer can be used.

In "Simulacra", the lines are just noticeably present. They refer to the occasionally but for a few seconds perceptive images within the constellation of illuminated signs in Times Square in New York, and within the vast landscape of Utah created by sun, clouds and wind.

I make drawings as autonomous artworks. 



Drawing to me, is a form of visual thinking in which its intrinsic value is the endpoint of each work.



My fascination is the countless lines that make unspoken and unseen connections in the spatial whole.

In response to the created world around me, I determine my place again and again in my works, 

so that I exist!



 

     
     


GERDA KRUIMER VISUEEL DENKEN




Het uitgangspunt in het werk van Gerda Kruimer is de tekening. Die onderscheidt zich van het schilderij met zijn vlakken en tonen door de nadruk op de lijn. Lijnen bepalen de plaats van iets, maar ze lijken iets te missen van de realiteit en tastbaarheid van onze alledaagse werkelijkheid met zijn veelheid aan kleuren en grijpbare dingen. Kruimer omschrijft haar tekeningen nu als visueel denken. Daarin schuilt een paradox. Denken wordt wel gezien als immaterieel en als tegengesteld aan emotie en gevoel. Het zou bovendien iets zijn wat zich binnen onze geest voltrekt en buiten de wereld. Denken zou ongrijpbaar en vluchtig zijn en soms losstaan van de werkelijkheid. We zien echter onze plaats in de wereld en ons eerste besef van realiteit en van wie en wat, en waar we zijn komt tot stand door onze ogen. Zo lokaliseren we onszelf.


Macht, hiërarchie en niet-hiërarchie

Denken kan heel algemeen omschreven worden als het maken van breuken binnen een continuïteit, oftewel als indelen. Het mathematisch indelen van onze omgeving binnen een coördinatenstelsel gaf de mens een instrument de wereld te veroveren en onze macht uit te breiden. Het grootst was die macht dan in het centrum van waaruit alle lijnen getrokken werden en naar de grenzen toe nam ze af. Zo ontstond een hiërarchische ruimte.

Toen Gerda Kruimer in de Moskee van Cordoba kwam, stond ze plotsklaps in een ruimte waarin hiërarchie afwezig was. Het ontbrak er totaal aan de voorspelbaarheid van de traditionele mathematica. De ruimte werd vreemd, een raster dat veranderde bij elke stap die je in een willekeurige richting zette. Hier bleek de ruimte zelf de baas en niet de mathematicus. Hier werd de ruimte ontdekt en niet gemaakt.    


Beslissen en voortgaan

Kruimers werken hebben de strakke schoonheid die zuiver denken verbindt met architectuur. Beide delen de ruimte in. De kunstenaar maar ook de toeschouwer bevindt zich in Kruimers tekeningen tussen twee architectonische rasters en moet een beslissing nemen en zo vast stellen waar hij of zij staat. Wie maakt hier wat? De keuze die we maken is er telkens één uit een oneindig aantal want Kruimers structuren blijken zich in alle richtingen onbeperkt ver uit te strekken. De kunstenaar zoomt in op delen van door haar voltooide tekeningen en werkt van daaruit verder. Ze kiest een fase uit een vroeger werk als basis voor iets nieuws. Bestaat het raster of maak je het door je plek erin te kiezen? Misschien wel allebei.  


Mens en werkelijkheid

Aanvankelijk drukte het werk van Gerda Kruimer heel sterk een orde uit die gebaseerd was op ruimtes waarin knooppunten de beslissingen symboliseren en de lijnen tussen die knooppunten de continuïteit en de stabiliteit. Beslissingen geven de mens de gelegenheid iets helemaal 'anders' te doen maar het stabiele van de continuïteit schijnt iets te zijn wat onafhankelijk van ons bestaat en ons met de feiten confronteert. Zo lijkt er een kloof te bestaan tussen mens en werkelijkheid terwijl ze tegelijk op elkaar betrokken blijven. Onze keuzes vinden immers niet plaats in het luchtledige. We grijpen in en veranderen de werkelijkheid. Sterker nog: waren er geen feiten, was er niet de weerstand van wat gegeven is dan zou er geen sprake zijn van een maken en een omvormen. Elke orde zou overbodig zijn en de chaos zou alles overheersen. En maken we niet per slot van rekening ook nog onszelf? Kan er een wereld bestaan zonder indeling en zonder keuze? Het lijkt er op dat indelen aan de basis van alle werkelijkheid zelf ligt zowel aan die van de mens als aan die van de buitenwereld. Dan moet indelen wel het meest concrete zijn dat je kunt bedenken en voorstellen. Kruimer beseft dat.


Variaties op een Type

De ruimte zoals Gerda Kruimer die in de Moskee van Cordoba ervoer en die terugkeert in haar werken was er een die niet helemaal uitgekristalliseerd was en die het best omschreven kan worden als een Type. De term type verwijst naar een groep van vergelijkbare objecten met gemeenschappelijke kenmerken. Dat betekent dan dat een type afgezien van het gemeenschappelijke altijd nog anders kan zijn. Types worden niet als hetzelfde gereproduceerd maar ze ontwikkelen zich, ze worden gecombineerd en transformeren zich. Je zou een type kunnen aanduiden als een kader waarbinnen verandering werkzaam is. Sterker nog types zijn begrippelijke structuren die eigenlijk bestaan uit een set van ontwerpprincipes die steeds nieuwe structuren genereren en zo een soort architectuurgrammatica vormen. Je zou kunnen zeggen dat je op basis van die grammatica steeds nieuwe verhalen kunt vertellen uitgaande van dezelfde procedures en beginselen. Zo is het architectuurverhaal steeds anders, maar blijft het in de grond een variëren dat zijn vertrekpunt heeft in identieke werkprincipes. Op deze manier kunnen we spreken van formele transformaties en van ruimtelijke richtlijnen bij het vormgeven aan een architectonische structuur.

De architectuurhistorica Aksamija ontwierp zelf wat ze een generatieve moskee noemde, gebaseerd op de herhaling en variatie van hetzelfde type structuren. Hierbij wordt uitgegaan van een basisraster dat in de architectuur repeterend optreedt maar toch telkens anders uitpakt. Volgens haar wordt hiermee een wezenlijk aspect uitgedrukt van een gebouw dat als moskee moet functioneren. Moskeeën kunnen een veelheid van functies vervullen. Ze zijn niet slechts gebedshuizen maar functioneren soms ook als ziekenhuis, rechtbank, schatkamer, vergaderkamer, als soepkeuken en zelfs als gevangenis. Die eigenschap sluit weer heel goed aan bij het 'niet-hiërarchische'. Tegelijk kunnen we de structuren volgens welke de architectuur van een moskee gegenereerd worden zien als gedachtestructuren.


Samen delen

Het spiritueel begrijpen van islamitische rasters van moskee constructie als middel om de wereld te beschrijven vormt een parallel met de moleculaire structuur van de wereld zelf. De zogeheten 'islamitische rasters' zijn gebaseerd op dezelfde mathematische principes en op gelijke driedimensionale patronen. Een structuur in Gerda Kruimers werken heeft iets van doen met een plaats kiezen en zo met bepalen wat iets is, met het scheppen en ontdekken van rasters. Dat betekent dat de regels voor verandering de ware werkelijkheid zijn en dat mens en structuur die samen delen. Gerda Kruimer zegt dat ze uitgaande van eenzelfde uitgangspunt steeds nieuwe beelden ontdekt en schept waarbinnen dan weer andere beelden te ontdekken zijn. Architecten als Buckminster Fuller en Kenneth Snelson werkten, elk binnen hun eigen discipline, al eerder vanuit deze principes. De kunstwerken van Gerda Kruimer kunnen worden gerekend tot deze bijzondere traditie die de tijd overspant van de bouw van de grote Moskee van Cordoba tot aan de kunst en de architectuur van de moderne era.


Denken en bestaan                                                                                                                                                                                                  

Gerda Kruimer ontdekte de genetica als een onzichtbare wereld, als een subniveau van alle levende dingen en als een complexe structuur van op kristallen lijkende vormen. Daarbij wilde ze zich de manier van kijken naar en denken over, zoals die in de kristallografie bestaat eigen maken en in haar werken zichtbaar maken. Daarmee wist ze echter tegelijk de grens tussen levende en dode materie uit, die vermoedelijk nooit bestaan heeft maar door velen gehanteerd wordt. Belangrijker is dat in Kruimers werken ook de kloof tussen denken en zomaar bestaan opgeheven wordt. Alles leeft en in de werkelijkheid is overal een denken aanwezig dat zich voltrekt of dat nu door de mens gebeurt of niet.


Denken en concrete schoonheid

In het werk van Gerda Kruimer is ook te zien dat denken en schoonheid iets met elkaar te maken hebben en dat die zich beide niet beperken tot een artistieke discipline die zich er op toelegt die te visualiseren. Denken en schoonheid kunnen echter wel bij uitstek expliciet gemaakt worden door een kunst die zich afficheert als visueel denken. Dat is geen ijle abstractie maar een bijzonder soort concreetheid die tevens verwijst naar onze keuzes en menselijkheid. Zo is de kunst van Gerda Kruimer van een hoog abstractieniveau en stelt allerlei filosofische vragen aan de orde. Tegelijkertijd is het zo down to earth als maar enigszins mogelijk is. Dat maakt nu juist het unieke uit van haar kunstwerken en zo drukt ze er onmiskenbaar het stempel op van haar bijzondere persoonlijkheid.



Drs. Frans Jeursen



GERDA KRUIMER BISECTING THE BISECTOR




I have been attending the Eindexamenexpositie (Final exam exhibition) at the Gerrit Rietveld Academie since the early 80s. I have seen several hundreds of young artists showing their work and, generally, for the first time. Some I liked, some I left thinking "I wish them luck". But, then, there were the exceptions. And it is this group that gets your attention. You remember what you have seen; and you remember the artist's name.

Gerda Kruimer falls into this latter category. Her "final exam" was 1991.

There was a piece she had hanging that I wanted. It was about three meters across; a graphite and charcoal drawing. Linear would describe it best but, well, it was more than that. It had a sense of infinity in its conceptual continuity. And it was simple. Very simple. I didn't buy it, but that's another story. What I did was to put my address in her guest book.

Fast forward to 1995. She participated in two major shows that year. One was a group exhibition at Arti et Amecitiae, an artist club founded in 1863. The other was a small group show -- three artists -- at Galerie Scheper.

And there had been an evolution in her style. To describe it as dramatic would not have been an exaggeration. But what surprised me the most was how much it still was the same. The linear aspect had neither disappeared nor had it been subdued. If anything, she had added dimension to it. The large drawings (150 x 150 cms) all looked the same, but, at the same time, each was totally different. Neat trick. But she had found her voice. And it is unique.

The fundamentals of her style relate to Piet Mondrian's late stage, the New York period, "Broadway Boogie Woogie", "Victory", and so on. Kruimer emulates his grid like structures. But she breakes with the master by relying on black and white and shades of gray. And she appears to be fascinated by city maps and their linear and structural forms. Straight lines bisecting and an endless variety of other straight lines some going off at weird angles. But straight lines are not natures ways of doing things. Man creates the straight line. After all, that is the way it should be since the shortest distance between two points is the straight line. And there is an infinite variety of ways to express it. Perhaps that's what she is striving for: The shortest distance for her ongoing quest seeking discovery into the nature of things.

She has now taken the quest to a new level. At a recent show, at Galerie Clement (Amsterdam), she showed, with her drawings and paintings, construction pieces. She used chicken wire type metal material which is easily folded into forms. In addition, she is now making linear constructions from wood which are four dimensional representations of her drawings and paintings. It all seems so natural that her original style should have lead to this present state, but it has taken over 15 years; so I guess it was never a natural conclusion. But it is in keeping with her approach to her art: evolution. Her work takes her where it takes her! It might take a while, but, we, the viewer, have the thrill of watching it happen.

Kruimer has an ironic side too. At the edge of the city, of Amsterdam, there is a mayor traffic circle. Adjacent to it is a 20+ story building with an end that captures the attention of the drivers of the stream of cars navigating it. There is something dramatic to the ends face. There are three individual and dominating grid patterns that defines it. Each is arranged vertically from bottom to top. One is checkered board with about 500 squares. Another grid is unusual because it is neither divided into squares nor rectangles; but something in between. Finally, the third grid is a collection of a variety of rectangular forms aligned consecutively. It is on this grid pattern that she has attached perhaps 250 metal discs at a seemingly random configuration. Discs? Circles? This is a form that she generally avoids. However, a sustained inspection reveals a linear pattern to the way the discs emanate from their base.

This circular/linear bisection of the rectangular face reins in the chaotic sense of randomness that the discs, at first, imply. The overall result, to the buildings wall face, is that there are about 10 elementary -- or perceived -- grid patterns at work. It should be a busy piece, and it is... and it isn't. Your eyes flirt across the building's end wall like over a lily pad pond painting by Monet. But, like with one of his paintings, all the elements come together into a balanced and pleasing composition. The result is monumental and mesmerizing.

A few years ago, a personal matter turned Kruimer's attention to a discipline she was not familiar with: Science; and, specifically, genetics. Through her reading, she discovered that this unseen - to the naked eye - sub-level of all living things, is a complex structure of crystal like forms. She says, "It is an invisible world, this minuscule segment of life, that I'm now trying to make apparent". It is also a natural progression to her ongoing quest into the nature of things; and that's what art is all about!


Daniel R. Gould

Publisher of the 3D List

home