GERDA KRUIMER ⎪ ABOUT

 

HET RASTER ALS UITGANGSPUNT

gedeelte uit de tekst van Alex de Vries bij de opening van Order is Half of Life

René Eicke en René van den Bos stelden voor de Vishal in Haarlem de tentoonstelling ‘Order is Half of Life’ samen met het raster als uitgangspunt. De negen kunstenaars die ze bij elkaar brachten laten bovendien allemaal werk zien uitgevoerd in zwart-wit. Het zijn: Alexandra Roozen, Arjan Janssen, René van den Bos, Gerda Kruimer, Wouter Nijland, René Eicke, Esther Stocker, Eric de Nie en Peter Luining. Alex de Vries opende de tentoonstelling met de volgende inleiding.

Wanorde is in feite een vorm van orde die groter of complexer is dan die we kunnen bevatten. Als we echt moeite doen die uit te zoeken, zoals Assepoester er ondanks haar boze stiefzusters in slaagde keer op keer weer de linzen te lezen, dan brengen we het onmogelijke terug tot het mogelijke. Dat is nu precies wat erin de kunst gebeurt, vaak ook in omgekeerde volgorde. Een raster zet je natuurlijk in om eraan te ontsnappen. De systemen, rijen, regels, lijnen, kolommen, cellen, puntjes, assen, vinkjes, bullets, hokjes, nummers, letters die worden ingezet om een matrix te vormen: het is allemaal kippengaas en iedereen die wel eens kippen heeft gehouden weet dat het pluimvee zich niet door het gaas laat weerhouden om er buiten te treden als gevolg van de gevreesde kippendrift.

Het net, het web, het raderwerk: het zijn voor kunstenaars hulpmiddelen om een wortelstelsel mee te construeren dat ze vrijelijke kunnen laten groeien, alle richtingen uit die ze maar wensen. Een kunstenaar bakent zijn terrein alleen maar af  om ernaast te kunnen functioneren en er naar te kijken.

Orde en wanorde zijn in de kunst zoiets al tij en wantij in de natuur, vloed en springvloed. Er is een bestaand verschijnsel dat onder bijzondere omstandigheden transformeert tot een fenomeen, waarvan de vervaarlijkheid een ontploffingsgevaar voor de bestaande situatie kan vormen. De kunstenaar doet er in zijn werk alles aan om die fenomenologie tot aan het punt van implosie of explosie te bewerkstelligen en de kunstenaars leggen in deze tentoonstelling een samenhangende leer van verbeeldingen aan de dag. Ze laten iets verschijnen dat zichtbaar wordt gemaakt in talloze vermeerderingen en vermenigvuldigingen, een omgekeerde vorm van reductionisme, die begint bij het niets dat iets wordt en uiteindelijk alles omvat. Het beeld ontstaat uit herhalingen van handelingen die als automatismen worden uitgevoerd. Het is een werkwijze waarin de uitvergroting van onaanzienlijkheid een obsessionele maniakaliteit begint te vertonen. Daarmee kan een voortreffelijkheid tot stand worden gebracht die een ondermijning is van de oorspronkelijke elementen waaruit het beeld is opgebouwd. Je hoeft er maar één weg te nemen en je ondergraaft het totaal. Toevoegen kan altijd, wegnemen is desastreus. De enige oplossing die dan overblijft is het maken van een uitsparing, het onbenut laten van een ruimte die kan worden ingevuld, als een hartslag die overslaat.

Nu is in de filosofie fenomenologie in tegenspraak met causaliteit, maar dat is in de beeldende kunst bepaald niet zo. In het maken van het werk heeft alles een oorzakelijk verband. Toch is ook de kunstenaar er tegelijkertijd alles aan gelegen de rationalisatie die ten grondslag ligt aan de beeldende handeling te relativeren als een oorzaakloos verlangen naar het onbestaanbare.

Gerda Kruimer maakt tekeningen die zich verbinden met de beeldspraak van de mazen van het net. Zij werpt met haar tekeningen als een gladiatrice iets over je manier van kijken heen. Als netvechtster of retiaria verstrikt ze je met haar werk in een web. Hoewel je precies na kunt gaan hoe de structuur ervan in elkaar zit, ben je toch machteloos en kun je je er niet van bevrijden. Haar tekeningen hebben vooral een architecturale aard en scheppen in horizontale en verticale lijnen een open ruimtelijkheid. Als je je er mentaal op  instelt kun je er tussendoor bewegen. Het veroorzaakt een beleving die niet rekenkundig of rationeel meer kan worden geanalyseerd. Je raakt in de analyse van haar werk al snel de tel kwijt. Wat je ook door elkaar deelt, met elkaar vermenigvuldigt, optelt of aftrekt: er is geen uitkomst die je kunt voorspellen. Je kunt er in feite geen peil op trekken, ook niet als je de wortel ervan achterhaalt. Haar tekeningen zijn wel een vorm van machtsverheffen, maar dan vooral in de betekenis van de meest exacte uitdrukking van iets wat feitelijk ongewis is.